back

Untiteld September 2006

Rijkshemelvaart Amsterdam

Kim Fischer, Tim Scheidegger and Michiel Poelmann.

De ruimte waarin het werk zich bevindt is in een bunker, die overwoekerd is met onkruid. In de binnenkant van de bunker ligt door het hoge grondwaterpeil altijd een ondiepe laag water. Het werk lijkt op te rijzen uit het water met een opening aan de voorzijde. De bezoeker nadert het werk na binnenkomst via een pad van stenen, die zijn gewikkeld in plastic en die in het water liggen. Door de opening aan de voorkant kijkt de bezoeker naar binnen. Vanachter uit het object komt stoom over het wateroppervlak aandrijven richting de bezoeker. Door de afbuigende vorm van het werk en de symmetrische spiegeling in het gladde wateroppervlak, lijkt het object geen einde te hebben. Het wekt eerder de indruk een opening te zijn naar iets waar de bezoeker nog geen weet van heeft. Deze suggestie wordt versterkt door stenen die binnenin het object verspreid liggen in het water.

Het lijkt een pad van ‘stepping stones’, maar in werkelijkheid liggen ze te ver van elkaar verwijderd om erover te kunnen lopen. De centrale rol van het gedrag van het werk is in dit geval het figuurlijk uitbraken van stoom en daarmee de suggestie van een eigen atmosfeer wekken, daardoor wordt het kunstwerk een dynamisch object dat actief signalen uitzendt.